Je hoort het wel eens: een glas rode wijn per dag is goed voor je hart. Maar hoe zit dat eigenlijk met bier? Sommige mensen zweren erbij, anderen zien het als pure calorieën zonder voedingswaarde. Op internet vind je de wildste claims, van “bier beschermt tegen osteoporose” tot “één biertje verhoogt al je kankerrisico”. Wat klopt nou echt?
Tijd om de feiten op een rijtje te zetten, zonder hype maar ook zonder overdreven angst.
Wat zit er eigenlijk in een glas bier?
Bier is meer dan alleen alcohol en water. De basis bestaat uit vier ingrediënten: water, mout (gekiemde gerst), hop en gist. Allemaal natuurlijke producten, geen bewaarmiddelen of E-nummers.
Door dit brouwproces bevat bier best wat voedingsstoffen. B-vitamines zoals foliumzuur (B11), riboflavine (B2) en niacine (B3) komen vrij uit de gerst. Deze vitamines heb je nodig voor energieproductie, een gezond zenuwstelsel en celgroei.
Ook zitten er mineralen in. Magnesium en kalium bijvoorbeeld, beiden belangrijk voor hart en bloeddruk. Calcium zit er juist weinig in, wat sommige onderzoekers zien als voordeel omdat te veel calcium in combinatie met te weinig magnesium niet ideaal is voor je bloedvaten.
Daarnaast bevat bier silicium, een stof die bijdraagt aan stevige botten. Het silicium uit bier wordt goed opgenomen door je lichaam, beter dan uit veel andere bronnen.
En vooral donkere bieren zoals stout en porter bevatten antioxidanten (polyfenolen) uit hop en geroosterde mouten. Die antioxidanten beschermen je cellen tegen schade door vrije radicalen.
Klinkt allemaal best gezond, toch? Dat zou je denken.
De voordelen (met kanttekeningen)
Onderzoek laat zien dat matig biergebruik mogelijk enkele gezondheidsvoordelen heeft. Matig betekent dan: één glas per dag voor vrouwen, maximaal twee voor mannen. En niet elke dag, want het advies is ook om meerdere dagen per week geen alcohol te drinken.
Binnen die grenzen blijkt matig bier drinken je goede cholesterol (HDL) te kunnen verhogen. Dat verlaagt het risico op hartziekten. De alcohol speelt hierin een rol, maar ook die polyfenolen uit hop dragen bij.
Studies tonen aan dat mensen die zeer matig drinken een lager risico hebben op diabetes type 2 dan mensen die nooit drinken. Het gaat dan om een klein effect en het is geen reden om te gaan drinken als je het nu niet doet.
Die antioxidanten in donker bier werken ontstekingsremmend. En het silicium ondersteunt je botdichtheid, wat vooral voor vrouwen na de menopauze relevant kan zijn.
Maar hier komt de grote nuance: al deze voordelen zie je ook bij andere alcoholische dranken in kleine hoeveelheden. Bier is dus niet magisch. En belangrijk: alle voordelen verdwijnen zodra je meer gaat drinken. Vanaf drie glazen per dag draai je zelfs in de min en doe je meer kwaad dan goed.
De nadelen (die zwaarder wegen)
Laten we eerlijk zijn: alcohol blijft alcohol. Ook in kleine hoeveelheden verhoogt het je risico op bepaalde kankers, vooral borstkanker bij vrouwen en darmkanker. Recent onderzoek laat zien dat zelfs minder dan één glas per week al het kankerrisico verhoogt met 10-16%.
Het Voedingscentrum en de Gezondheidsraad adviseren dan ook om überhaupt niet te drinken. Als je wél drinkt: niet meer dan één glas per dag, en liever minder.
Bier bevat ook gewoon calorieën. Ongeveer 145 per standaardglas van 33cl. Die calorieën komen vooral uit alcohol en koolhydraten. Drink je er meerdere, dan stapelen die calorieën zich snel op. Hoewel de klassieke “bierbuik” een mythe is (vet stapelt zich op door een te hoge totale calorie-inname, niet specifiek door bier), helpt regelmatig bier drinken niet bij gewichtsverlies.
En laten we niet vergeten: die vitamines en mineralen uit bier kun je ook gewoon uit eten halen, zonder de alcohol. Volkoren brood geeft je B-vitamines. Bananen geven je magnesium en kalium. Groene bladgroenten geven je foliumzuur. Haver bevat silicium. Makkelijk genoeg, en zonder gezondheidsrisico’s.
Zijn sommige bieren gezonder dan andere?
Als je kiest om te drinken, zijn er wel verschillen tussen biersoorten. Donkere bieren uit de top 10 stout en porter bier bevatten meer antioxidanten door de geroosterde mouten. Ze hebben ook meer B-vitamines en vezels dan lichte bieren.
Fruitbier kan extra vitamines bevatten uit het toegevoegde fruit, maar let op: vaak zit er ook toegevoegde suiker in, wat de caloriehoeveelheid opdrijft. Niet per se een gezondere keuze dus.
Ongefilterd bier bevat nog gist, wat extra B12 oplevert. Maar de hoeveelheid is zo klein dat je er weinig aan hebt.
Alcoholvrij bier is interessant. Je krijgt wel de B-vitamines, mineralen en polyfenolen, maar zonder de alcohol en met minder calorieën (vaak rond de 70 kcal per glas). Als je de smaak van bier lekker vindt maar de gezondheidsrisico’s wilt vermijden, is dat misschien een optie. Niet omdat het per se gezond is, maar omdat het beter is dan gewoon bier.
De nuchtere conclusie
Is bier gezond? Nee, niet echt. Het bevat wel voedingsstoffen en in zeer kleine hoeveelheden mogelijk enkele voordelen voor je hart en botten. Maar de risico’s – verhoogde kans op kanker, calorieën, mogelijke verslaving – wegen zwaarder dan die kleine voordelen.
Als je ervan geniet, drink dan matig en wees je bewust van de nadelen. Maar zie bier alsjeblieft niet als gezondheidsdrankje of als manier om vitamines binnen te krijgen. Een portie extra groenten, een handvol noten of een kom havermout doet meer voor je gezondheid dan dat glas bier ooit zal doen.
En zwanger, borstvoeding gevend of minderjarig? Dan is het antwoord simpel: geen alcohol, dus ook geen bier. De risico’s zijn te groot.
Drink je niet? Begin er dan niet mee voor je gezondheid. De voordelen zijn te klein en haal je makkelijker uit eten. Drink je wel? Houd het bij die ene, hooguit twee per dag, en neem regelmatig alcoholvrije dagen. Dan kun je nog wel een beetje genieten zonder jezelf gigantisch veel kwaad te doen.







